Een smerige inktvlek bederft de eerst zo witte bladzij.
Wie ben ik en wie ben jij; vraagt de naïve dichter met een
zweem van
ironie –
Als we dat eens wisten
als we dat eens wisten zaten we niet veel verder
anders, heren en dames:
een kort intermezzo;
één minuut stilte voor hen
zij die zwichten onder dat wat wel eens
-smalend-
‘existentiële crisis’
wordt genoemd.
...
...
...
oef.
weer één nutteloze minuut voorbij
tijd voor een nieuwe pagina.