Sterren


Sterrenkijken bij een sterrenloze nacht
Op het dak van jouw wereld
onder een dak van wolken
waren wij gelegen
lagen wij te staren naar lichten
die niet schenen
Koude handen en warme gezichten
Onsterfelijk.

Mijn voeten hingen over de rand
en zweefden boven de ongenadige aarde
en daagden schertsend de afgrond uit
iets te ondernemen
en

uiteindelijk

Hing alles aan een zijden draadje
Vooral de smaak van lichte lippen
vleiend in het donker.
snakkend naar één
avond van goud.

“Troostprijs.”, fluisterde je, achteraan mijn hals.
En mijn ogen
begraven in je schouder
zeiden minder dan woorden
Zeiden niets.
En de atmosfeer
werd net dat beetje meer
Koud.


Papillon


Le premier Papillon du printemps
reste sur une tombe
Il  veut voler et atterrir sur tes cils pour découvrir tes yeux
Il  veut regarder et noyer dans les nombreuses couleurs
qui composent un nouveau début
Mais tu ne vois pas le Papillon
Tes yeux ne voient pas le monde
le monde voit tes yeux
et le premier Papillon du printemps
est restée sur une tombe.