Sterrenkijken bij een sterrenloze nacht
Op het dak van jouw wereld
onder een dak van wolken
waren wij gelegen
lagen wij te staren naar lichten
die niet schenen
Koude handen en warme gezichten
Onsterfelijk.
Mijn voeten hingen over de rand
en zweefden boven de ongenadige aarde
en daagden schertsend de afgrond uit
iets te ondernemen
en
uiteindelijk
Hing alles aan een zijden draadje
Vooral de smaak van lichte lippen
vleiend in het donker.
snakkend naar éénavond van goud.
“Troostprijs.”, fluisterde je, achteraan mijn hals.
En mijn ogen
begraven in je schouder
zeiden minder dan woorden
Zeiden niets.
En de atmosfeer
werd net dat beetje meer
Koud.